Nieuw banenplan moet jongeren echt aan werk helpen

5/06/2012 Persbericht - Bedenkingen bij het voorstel van minister van Werk Monica De Coninck om 10.000 stageplaatsen te realiseren voor werkloze jongeren.


De ABVV-jongeren lazen de voorbije dagen dat minister van Werk Monica De Coninck 10.000 stageplaatsen wil realiseren om zo de jeugdwerkloosheid te bestrijden. Dat die aandacht voor dit schrijnende probleem er is, is op zich positief. Maar we verwachten dan wel dat dit effectief leidt tot waardig werk voor die jongeren. En dat de minister de al bestaande plannen en tewerkstellingsmaatregelen eindelijk eens evalueert.

Er worden tegenwoordig heel wat proefballonnetjes over een economisch relanceplan opgelaten. Vaak ontbreekt daarin een visie op een duurzame economie die jobs creëert. Van het recentste sp.a-voorstel kan dat alvast niet gezegd worden.

ABVV-jongeren vinden het dan ook positief dit voorstel oog heeft voor jongeren en inzet op de bestrijding van de jeugdwerkloosheid. Het voorstel van De Coninck biedt meer jongeren kans op een werkervaring. Vooral voor jongeren zonder startkwalificatie biedt dat een meerwaarde. Dat probleem blijft immers schrijnend: 12.000 jongeren verlaten jaarlijks de school zonder diploma hso in Vlaanderen; bijna 4.000 van hen zijn na 1 jaar nog steeds werkloos.

ABVV-jongeren heeft echter ook twee ernstige bedenkingen bij dit voorstel.

1. Houdt dit plan echt een plus in voor jongeren?

“We willen geen mini-jobs op zijn Duits,” zegt Mike De Herdt, coördinator van ABVV-jongeren. “Want dat verhoogt alleen maar het aantal working poor. Er moet sprake zijn van volwaardige jobs of van werkervaring met een goed statuut en met uitzicht op vast werk.” 

 Van goedkope hulpjes mag geen sprake zijn. De stages moeten gepaard gaan met opleiding en begeleiding en er moet een billijke verloning aan gekoppeld zijn.

De stages moeten passen in een traject naar werk onder de hoede van de VDAB, op het einde van de rit moet de jongere kwalificatiewinst boeken.

Werkloze jongeren moeten de kans krijgen om op die manier de beroepsinschakelingstijd (wachttijd) te verkorten en het recht op wachtuitkeringen te verlengen.

De stages moeten worden voorbehouden voor wie er het meest nood aan heeft: jongeren die zonder diploma of getuigschrift secundair onderwijs de school verlaten (ongekwalificeerde uitstroom) en werkloos blijven.

2. Houdt dit plan een plus in tegenover de bestaande tewerkstellingsmaatregelen?

Mike De Herdt: “In december 2011 hadden de ABVV-jongeren een ontmoeting met de minister en vroegen we expliciet om geen nieuwe banenplannen te lanceren die vergelijkbaar zijn met de vorige, zolang het nut ervan niet expliciet onderzocht werd. Dit nieuwe plan mag geen oude wijn in nieuwe zakken zijn.”

Alternerend leren, werkervaring plus (wep plus) en individuele beroepsopleiding in de onderneming (IBO) zijn maar enkele van de reeds bestaande maatregelen gericht op werkervaring. De nieuwe stageplaatsen moeten een meerwaarde bieden tegenover deze maatregelen. 

Ze moeten bijdragen tot een breder werkervaringsplan voor kortgeschoolde jonge werklozen.

Dit vereist afstemming met de afspraken die er op Vlaams niveau werden gemaakt tussen de sociale partners en de Vlaamse regering in het kader van het loopbaanakkoord.

“We hopen dat we nu snel concrete voorstellen op ons bord krijgen. Die zullen we in ieder geval toetsen aan deze voorwaarden,” besluit Mike De Herdt.

Contact

  • Mike De Herdt - Coördinator ABVV-jongeren - 02 289 01 54

Lees ook

Zoek op trefwoord

werkgelegenheidsbeleid