Rio+20: interview Judith Kirton-Darling (EVV)

Duurzame oplossingen voor de toekomst gezocht

Van 20 tot 22 juni 2012 vindt in Brazilië een internationale top plaats over duurzame ontwikkeling: Rio+20. De Verenigde Naties is er de organisator van. Het Europees Vakverbond (EVV) is er ook aanwezig.


Zal de ecologische achteruitgang (klimaatverandering) en de schrijnende armoede (sociale ongelijkheid) echt worden aangepakt? Dat is voor het EVV de inzet van Rio+20. Het is tijd voor een rechtvaardige overgang naar een grondstofefficiënte en koolstofarme economie. Dat betoogt Judith Kirton-Darling confederaal secretaris van ETUC.

De internationale fora zoals de klimaatonderhandelingen zitten al jaren in het slop. Waarom Rio+20 ernstig nemen?

Judith: “Rio+20 is een kans om de wereldleiders samen te brengen rond een gemeenschappelijk kader voor duurzame ontwikkeling. Het is een moment om vooruitgang te boeken en gezamenlijk de klimaatacties en de armoedebestrijding te coördineren.”

Ondanks deze hoopvolle toon dreigt ook Rio+20 een muis te baren.

Judith: “Na de teleurstellende klimaattop in Kopenhagen in 2009 was de ontgoocheling groot. We hadden veel hoop gezet op de internationale onderhandelingen in Kopenhagen. Sindsdien is het enorm frustrerend om te zien hoe de politieke onwil de internationale fora overmant. Toch moeten we druk blijven zetten op de politiek en ons er bewust van zijn dat dit een traag proces is.

Waarschijnlijk zal het resultaat van Rio+20 zwak zijn en de wereld niet plots veranderen. Maar we moeten een positieve stap vooruit zetten en andere wegen ontwikkelen voor onderhandelingen en actie.”

Welke boodschap neemt de vakbeweging mee naar Rio+20?

Judith: “We zitten vandaag in een diepe crisis, waardoor de economische situatie bovenaan de agenda staat. Terwijl we eigenlijk op zoek moeten gaan naar een evenwichtige aanpak van de achteruitgang van het leefmilieu, de stijgende sociale ongelijkheid en het huidige economische model.
We kunnen grote stappen voorwaarts zetten wanneer de internationale agenda deze drie dimensies in balans brengt.”

Nochtans bestaat de indruk dat de aandacht voor sociaal en de ecologische uitdagingen nog terrein verliest. Bestaat de kans op zo’n evenwichtige aanpak wel?

Judith: “De laatste twee jaar is er een revival van de neoliberale agenda en van de neoliberale oplossingen. De bedrijfswereld zet hard in het verminderen van de bestaande regelgeving, wetten en beïnvloeding van overheidswege. Wat we reeds bereikt hadden inzake een sociaal Europa, veiligheid, gezondheid en milieubescherming wordt afgekalfd in de discussie over kostenbesparingen en bezuinigingen.

We zullen echter geen antwoord vinden voor de huidige sociale crisis en milieuproblematiek wanneer geen aandacht gaat naar opleiding, competenties, werknemersengagement, gedragspatronen op de werkvloer, collectieve onderhandelingen, enz. Onze sleutelboodschap voor Rio+20 is dan ook: werk maken van de armoedebestrijding, de sociale ongelijkheid en milieubescherming.”

Zijn de bedrijven niet de koplopers om de groene economie vorm te geven?

Judith: “Er zijn trekkers, maar de meerderheid laat steken vallen en erkent de problemen niet. Kijken we naar de 20% energie-efficiëntie doelstelling die Europa tegen 2020 vraagt, dan hebben we vandaag bijna 8% gerealiseerd. Er is dus nog een hele weg te gaan. Toch beweren de werkgevers dat ze alles hebben gedaan wat kon. Terwijl onafhankelijke bronnen ons bevestigen dat nog makkelijk 10% verbetering mogelijk is.”

Wat is nodig om vooruit te gaan?

Judith: “Er is toegang tot financiering nodig, maar nog meer is er een sterk overheidsbeleid nodig. In hun ijver om de regelgeving af te bouwen halen de bedrijven ook zichzelf onderuit. De investeringen zullen stilvallen. Bedrijven zullen hun doelstellingen niet meer halen. Hun investeringen in werknemers, in opleiding, in goede arbeidsomstandigheden om mensen te behouden zullen ze uitstellen.

Op korte termijn halen bedrijven uit deze strategie misschien voordeel, maar op de lange termijn is dit een aanslag op onze concurrentiekracht.”

Welke investeringen moeten er gebeuren?

Judith: “Er zijn verschillende schattingen, maar zeker is dat de investering kolossaal moet zijn. De publieke sector zal mee moeten investeren. Dit kunnen we niet alleen overlaten aan de private sectoren.
China en de Verenigde Staten gaan snel vooruit in het ontwikkelen van schone en groene technologie.

De bezuinigingen in Europa smoren onze innovatierevolutie in de kiem. We zullen echter wel de juiste investeringen en de juiste politieke keuzes moeten maken. Heel wat oplossingen en technologieën bestaan reeds en zijn getest. Het blijft ook hier wachten op de politieke wil. Het gevaar blijft dat de overheden hun verantwoordelijkheid afschuiven op de private sectoren.”

Is er een rol weggelegd voor de delegees?

Judith: “Zij zitten met hun neus in de praktijk en zijn het best geplaatst om actie te ondernemen. Een eerste stap is de doorlichting van de milieuprestaties van het bedrijf bekomen, of deze zelf uitvoeren wanneer de werkgever dit zou weigeren.

Maar je mag niet blijven steken in een discussie over besparingen ten voordele van de portefeuille van de werkgever. De inspanningen moeten ook ten goede komen aan de arbeidsorganisatie en investeringen in werknemers.
We zullen een voorsprong moeten nemen in de dialoog met de werkgever. En met oplossingen komen op maat van het bedrijf.
Daarom moeten de militanten goed omringd en ondersteund worden. In Vlaanderen is bijvoorbeeld dit jaar het project ‘Groene werkplek’ gestart. Hiermee willen we net deze ervaringen sprokkelen en lessen trekken om beter de militanten te omkaderen.”

Zal de vakbeweging ooit op straat komen voor de bescherming van ons leefmilieu?

Judith: “Toegegeven: het brood en rozen verhaal moet sterker gelinkt worden aan een rechtvaardige en duurzame toekomst. Toch is de realiteit reeds dat de vakbond hiervoor op straat staat. In Griekenland en Spanje is het alternatief voor de bezuinigingspolitiek investeren in een energie- en grondstofefficiënte economie.

We moeten in de discussie leren weggaan van het kostenverhaal en de eindeloze discussies over concurrentie. We moeten meer nadruk leggen op oplossingen, investeringen in menselijk kapitaal, kwalitatieve jobs, opleiding en innovatieve werkplekken. Neem Volvo. Hun Start en Stop technologie werd ontwikkeld door werknemers in hun vrije tijd. De werkgever zag daar geen economisch voordeel in, maar vandaag is dit toptechnologie. We moeten de verschuiving maken van concurrentie naar kwalitatieve investeringen en opleiding.”

De vakbond staat onder druk. Dit maakt het niet altijd even eenvoudig om te werken.

Judith: “Klopt, het is moeilijk om in het defensief te blijven zitten. Dit vergt veel energie, maar we moeten durven vooruit kijken en bedenken hoe we vooruit kunnen geraken. We moeten onze ogen naar de horizon kijken en ons durven afvragen waar de jobs vandaan zullen komen in de toekomst.

Onlangs zat ik in onderhandelingen over de toekomst van steenkool in Polen. Er werd zonder verpinken gesproken over ‘maar’ 6 procent jobverlies. Het is niet ernstig om te zwijgen over de mensen die vandaag deze job uitoefenen. Deze werknemers zijn geen nummer. Dit zijn mensen met dromen, toekomstplannen, een hypotheek en misschien kinderen die studeren.
Er is behoefte aan een ernstige strategische visie voor de toekomst, waarin we jobs zullen behouden en ook alternatieven zullen moeten uitwerken. We moeten dus onze eigen alternatieven formuleren en hierover een ernstige discussie voeren, met onze leden en onze partners. Sociale rechtvaardigheid beweegt mensen. Veranderen zal enkel kunnen voor iedereen als de verandering rechtvaardig is.

Zelf mogen we daarbij niet vergeten dat de status quo een ramp is en op lange termijn catastrofale gevolgen zal hebben, zowel op sociaal vlak als voor het leefmilieu. De uitdagingen zoals de klimaatproblematiek en grondstoffencrisis zijn misschien moeilijk voelbaar, maar we hebben de taak om de juiste vertaling te vinden en de lange termijn te bewaken.”

Lees ook

Andere sites