5 lessen uit Ford

25/10/2012 Opinie - Hoe een drama als dat van Ford Genk in de toekomst trachten te voorkomen?


De crisis weegt nog steeds zwaar en het regent berichten over herstructureringen en andere malaise. Als klap op de vuurpijl is er uiteraard het dramatische nieuws over de sluiting van Ford Genk.

In het aanzicht van die zware klap is verontwaardiging zonder twijfel gerechtvaardigd, zeker in het licht van de ronduit onbeschofte wijze waarop het bedrijf hierbij tewerk is gegaan. Toch moeten we nu in het belang van de getroffen werknemers én van mogelijke toekomstige slachtoffers een sereen debat proberen te voeren over de lessen die we uit dit drama moeten trekken.

Maar vooraleer onze conclusies aan te stippen toch dit: Sommigen porren als aasgieren aan de sluiting van Ford Genk en proberen een aantal zaken op de agenda te plaatsen die er in de verste verte geen enkel uitstaans mee hebben.

Het is botweg ongepast om hier punten te proberen scoren in het debat over de loonkosten, zeker omdat dit op de kap gebeurt van werknemers die nog maar kort geleden 12% op hun loon inleverden en zware inspanningen deden in ruil voor de belofte van werkzekerheid. Nu die belofte waardeloos blijkt, gaan beweren dat dit een zaak van loonkost, index of veertigurenweek is, grenst aan het onfatsoenlijke en ruikt naar munt slaan uit miserie.

Integendeel: als we de zaken willen vereenvoudigen tot één ongenuanceerde oorzaak, dan moet die eerder liggen in een slabakkende vraag. In een haperende koopkracht dus, wat zeker geen louter Vlaams fenomeen is, maar wel een gevolg van een Europees besparingsbeleid dat ook in Vlaanderen zijn weerslag vindt.

Maar wat zijn nu de lessen die we, hier bij ons, kunnen trekken voor de toekomst?

1. Maak eindelijk werk van preventief bedrijfsbeleid

Herstructureringen zijn misschien niet te voorkomen, maar ze komen niet van vandaag op morgen. Ze vallen niet uit de lucht.

We weten al langer dan vandaag dat de autoassemblage in moeilijke papieren zit. Was er een ernstig plan voor de automobiel? Waren er voldoende voorzorgsmaatregelen genomen bij de vele toeleveranciers? Heeft het Vlaams Agentschap Ondernemen, belast met preventief beleid, enige actie ondernomen of is het in slaap gesukkeld?

Hoe dan ook: ook nu is het nog niet te laat. Het Agentschap Ondernemen kan (en moet) ook nu nog ingrijpen, namelijk door de getroffen toeleveranciers maximaal te ondersteunen in de zoektocht naar nieuwe niches om te overleven. De doorstartplannen die daarvoor kunnen worden opgemaakt en gesubsidieerd, zijn instrumenten die nu moeten worden ingezet.

2. Geen cloak and dagger communicatie vanuit de bedrijfstop meer

Geen CEO’s meer die als een dief in de nacht opduiken, de dolk ploffen en weer verdwijnen. Bedrijven moeten hun plannen tijdig kenbaar maken aan werknemers en overheid.

De informatieplicht moet dus worden uitgebreid. Na de sluiting van Renault Vilvoorde werden de informatie- en consultatieprocedures verbeterd (wet Renault). Maar zelfs met die wet Renault gebeurt de kennisgeving van het voornemen tot herstructureren of sluiten veel te laat.

Bedrijven moeten verplicht worden dit in een veel vroeger stadium te doen, want zoals we in dit geval geleerd hebben, is het strategisch veel interessanter voor een bedrijf om zo lang mogelijk vaag te blijven en overal de hand in de koekjestrommel te houden.

Het invoeren van informatieplicht naar het voorbeeld van Duitsland, met verplichte plannen op vijf jaar, moeten we ernstig onderzoeken. Ook de Europese commissie moet daar een beleid op ontwikkelen en toezien op ondernemingen met vestigingen in meerdere lidstaten.

3. Bedrijfssteun moet je kunnen terugvorderen

Het is niet meer normaal, zeker in deze budgettair krappe tijden, dat we contracten van tientallen miljoenen steun zouden afsluiten, zonder ook een ijzersterke contractuele regeling voor het geval dat de beloftes niet worden nagekomen.

We stellen andermaal vast dat de zogenaamde maatregelen om bedrijven via steun te verankeren onvoldoende werken. Ford kreeg sinds 1996 meer dan 80 miljoen euro steun. Na Renault Vilvoorde werden een aantal wettelijke regelingen getroffen om steun terug te vorderen wanneer de informatie en consultatieprocedures niet worden gerespecteerd. Deze formaliteiten volstaan niet.

Tewerkstellingsgaranties moeten een veel sterker contractueel karakter krijgen. Steun moet terugvorderbaar zijn bij brute afslankingen en sluitingen van winstgevende bedrijven, zeker wanner dit gepaard gaat met delokalisatie van activiteiten.

4. Een overheid die klaar staat voor de ontslagen werknemers

We zijn het verplicht aan de slachtoffers om hen alle mogelijke steun, begeleiding en opleiding aan te bieden om snel een nieuwe job te vinden.

Deze sociale tsunami komt bovenop veel andere herstructureringen en bovenop de 200.000 werklozen in Vlaanderen. De begeleidingscapaciteit van de VDAB is op vandaag niet voldoende om deze klap op te vangen.

In plaats van op dergelijke situaties te voorzien, voert de Vlaamse regering momenteel nog bijkomende besparingen door die neerkomen op een inkrimping van de VDAB met 300 personeelsleden. Als we nog willen spreken van enige ernstige hulp in het heroriënteren van de ontslagen Ford-werknemers, dan moeten de besparingen en de opgelegde personeelsstop dringend teruggeschroefd worden.

5. Een relanceplan voor Limburg en voor de automobiel op de agenda zetten

Toen de banken in problemen kwamen werd in een handomdraai kapitaal gemobiliseerd. Dit moet nu ook kunnen met het oog op reconversieprojecten voor de getroffen regio en voor de automobielketen.

De vehikels die op poten werden gezet in het kader van het vernieuwd industrieel beleid (TINA-fonds, Fabriek van de toekomst) moeten nu op kruissnelheid komen. Bovendien is het daarbij essentieel dat de overheid zelf het roer in handen neemt en een visie uitwerkt én toepast.

We weten nu immers wat er gebeurt wanneer we louter afgaan op de verlanglijstjes van multinationals om een industrieel beleid te voeren en de bedrijven alleen aan het stuur laten zitten van zo’n beleid.

Als gemeenschap mee aan het stuur gaan zitten, is de enige manier om toch nog uit te komen bij wat Henry Ford zelf voor ogen had: "There is one rule for the industrialist and that is: make the best quality of goods possible at the lowest cost possible, paying the highest wages possible."

Zoek op trefwoord

bedrijfsbeleid